
Kwaliteit
Organisatie Certificering Melkveebedrijven
De Stichting Keten Kwaliteit Melk (KKM) is opgericht door de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) en de vakgroep LTO Melkveehouderij. De stichting is verantwoordelijk voor de onafhankelijke erkenningsregeling ten behoeve van de melkveehouderij in Nederland. Veehouders die hun boerderijmelk produceren volgens de borgingscriteria van Keten Kwaliteit Melk krijgen daarvoor een KKM- erkenning. Door deze KKM- erkenning geeft de melkveehouder aan dat de melk van zijn of haar bedrijf, zorgvuldig, veilig en verantwoord is geproduceerd.
Punten waarnaar wordt gekeken binnen KKM zijn:
- Diergeneesmiddelen gebruik
- Diergezondheid en -welzijn
- Voer en water
- Melkwinning /-bewaring en inrichting
- Reiniging en desinfectie
- Milieu en afvalstoffen
PVE/IKB
Vlees met een PVE/IKB-Keurmerk garandeert dat de dieren diervriendelijker zijn opgegroeid dan
dieren zonder IKB-Keurmerk.
Om voor een IKB-waardige runderen af te mogen leveren dient de veehouder aan een aantal voorwaarden te voldoen:
- Aan de runderen mogen geen verboden groeibevorderaars worden toegediend.
- De I&R-meldingen moeten worden verricht binnen 3 werkdagen en voldoen aan overige aspecten van de Verordening Identificatie en Registratie runderen 1998.
- De runderen zijn minimaal de laatste 3 maanden voorafgaande aan de slachting aaneengesloten op IKB-erkende rundveebedrijven gehouden.
- Een medicijnaankoopregistratie wordt bijgehouden;
- Alleen diergeneesmiddelen (voor wat betreft antibiotica) met een REG NL of NL nummer worden gebruikt.
- De wachttermijnen van medicijntoediening zijn nageleefd, indien sprake is van afvoer ter slacht.
- Hhet mengvoer en enkelvoudige voeders op het bedrijf zijn afkomstig van een GMP-erkende diervoederleverancier.
- De veehouder heeft zich zeker gesteld met betrekking tot de kwaliteit van drinkwater en ruwvoer van eigen of buurmans teelt.
- De veehouder dient een verklaring van de dierenarts in zijn IKB-administratie te hebben, waarin de dierenarts verklaart zich te houden aan de GVP-code;
- Tranquillizers worden niet toegediend voor transport.
Deze eisen komen in grote mate overeen met de eisen die KKM stelt. Dat maakt het mogelijk de IKB- en KKM-controles gecombineerd uit te voeren. Dit is tevens vanuit het oogpunt van efficiƫntie en een zo gering mogelijke belasting van de boer een gewenste ontwikkeling..
IBR-vrij
Voorwaarden voor verkrijging van het IBR-vrij certificaat:
- Het bloed van alle runderen ouder dan 12 maanden moet worden onderzocht op de aanwezigheid van antistoffen tegen IBR.
- Als runderen in de leeftijdscategorie van 0 tot 12 maanden in contact zijn geweest met runderen van niet IBR-vrij gecertificeerde bedrijven, dient bij alle runderen ouder dan zeven dagen bloedonderzoek te worden uitgevoerd.
- Tijdens bovenstaand onderzoek en in de vier weken eraan voorafgaand mogen geen runderen van niet IBR-vrij gecertificeerde bedrijven zijn aangevoerd.
- Indien uit bovenstaand bloedonderzoek blijkt dat er geen dieren besmet zijn, krijgt het bedrijf het IBR-vrij certificaat.
- Indien uit bovenstaand bloedonderzoek blijkt dat maximaal 10% van de dieren besmet is (bij kleine koppels 1 of 2 dieren), moeten deze dieren binnen 8 weken worden afgevoerd. Vier tot acht weken nadat het laatste besmette dier is afgevoerd, moet tankmelk (melkleverende bedrijven) of steekproefbloedonderzoek (niet-melkleverende bedrijven, 3 dieren per koppel) worden uitgevoerd met een gunstig resultaat (geen antistoffen).
- Indien uit bovenstaand bloedonderzoek blijkt dat meer dan10% van de dieren besmet is, komt het bedrijf niet in aanmerking voor het IBR-vrij certificaat.

